maandag 10 augustus 2009
"tussentijdse evaluatie"
Someone put a lock on this old door
It's been beaten up and used and more
It's been kicked a hundred thousand times
Keeping all the memories behind
If you read the lines between the paint
Look beyond the cracks that store away
It's hidden in the windows of the walls
Right behind the eyes that saw it all
Given all the facts of circumstance
I did not believe that a romance
Would show itself in all this dark and blue
That's the only place I ever knew
You put me outside my safety-zone
Outside all the lines that made my home
To find out that no one really lives
Without giving what it is you give
A miracle looking in my life
A mirror-ball showing me all these faces
A miracle looking in my life, after all
A miracle looking in my life
A mirror-ball showing me all these faces
A miracle A miracle A miracle
I've been living underneath my skin
Everything I felt I kept it in
It carried all the words without a sound
It got me, it almost got too loud
But now that my arms are holding on
To someone as sacred as a song
To the one who wants to be my own
I have found that blood can come from stone
A miracle looking in my life
A mirror-ball showing me all these faces
A miracle looking in my life, after all
A miracle looking in my life
A mirror-ball showing me all these faces
A miracle A miracle A miracle
A miracle looking in my life
A mirror-ball showing me all these faces
A miracle looking in my life, after all
A miracle looking in my life
A mirror-ball showing me all these faces
A miracle looking in my life, after all
A miracle looking in my life
A mirror-ball showing me all these faces
A miracle A miracle A miracle
Someone put a lock on this old door
It's been beaten up and used and more
It's been kicked a hundred thousand times
Keeping all the memories behind
donderdag 23 juli 2009
31 juli 2008 (deel 1)
Joris was een paar keer wakker geweest 's nachts voor een voeding en ook nu had ik 'm lekker naast me gelegd en drinken gegeven.
Kortom, we werden zo'n beetje officieel wakker. Zeker toen Fiene en Merel hun neuzen in de caravan lieten zien.
Naast de caravan had André zoals elk jaar de hangmat opgehangen. Arwen was er even in gaan zitten om te schommelen, Daniëlle stond er naast. André riep met een quasi boze stem: "wie zit daar in mijn hangmat?!" Om met een grote lach aan Arwen te laten zien dat hij had was die riep en een grapje maakte.
André sloeg de dekens van hem af en verzuchtte dat hij weer helemaal was lekgeprikt deze nacht en begon een zalfje op de jeukplekjes te smeren.
Daarna of misschien wel daarvoor, maar dat weet ik niet meer zo precies, speelde en knuffelde hij nog even met Joris. Uiteraard wilden Fiene en Merel ook op het grote bed zitten.
Ik begon iedereen een beetje aan te sporen om aan te kleden. André zou met de kinderen naar de eettent gaan en dan zou ik nog even wat verder kunnen slapen. Fiene was al aangekleed en ik vroeg haar om Merel even mee te nemen naar hun tentje om haar te helpen aankleden. Joris nam ik weer in mijn armen.
André zat naast me op het bed en ging in één keer weer liggen. In een flits dacht ik nog wat een flauwe grap dat was, hij zou immers gaan aankleden en ik was wat ongeduldig, want moe. Ik had al weken geen nacht meer doorgeslapen en wilde ook nu gauw dat kleine uurtje slaap dat mij nog te lonken stond gaan pakken.
Maar hoewel ik half dacht dat hij een grap maakte, zag ik ook half dat hij geen grap maakte. Met een soort oerstem riep ik naar André en stootte hem aan; "André! Wat doe je?! André!!"
Slaperig kwam hij weer overeind. Suffig en een beetje geërgerd zei hij tegen mij: "Doe eens rustig?!". Ik dacht en wilde zeggen: "Ja hallo, jij doet ineens zo raar!", toen hij voor de tweede keer weer liggend in bed viel. Dit keer begon hij meteen zwaar te ademen met een grommend geluid en vlokken speeksel kwamen bij zijn mondhoeken. Dit was heel duidelijk foute boel.
Joris in mijn armen riep ik naar Fiene die inmiddels half in de caravandeur opening stond dat ze hulp moest halen.
Fiene rende naar de deur van de voortent waar Mariet al bijna bij onze caravan stond. Door het open raam had ze mij al horen roepen en direct gehoord dat het niet goed was.
Ze wierp een blik naar binnen. Ik zal nog wel iets gezegd hebben, maar dat weet ik niet meer. Mariet zag dat dit iets was voor Wout en hij stond er bijna meteen. Mariet zei stellig en ernstig tegen mij: "Geef Joris maar hier". Zonder na denken deed ik dat. Ze nam ook Fiene en Merel mee.
Wout ging bij André zitten en riep hem, sloeg op zijn gezicht en voelde zijn pols. Of hij nu zei bel 112 of dat ik dat zelf suggereerde weet ik niet meer. Wel weet ik dat ik mijn mobiel pakte en 112 belde. Het gesprek liep voor mij in een waas. Ik zei dat ik een ambulance nodig had. Waar? Wist ik veel?! Maar Patricia stond bij de caravandeur en hielp me met het adres opnoemen. Inmiddels was Wout ook begonnen met reanimeren. Soms ademde André nog heel even met die diepe grom, maar dat was meer even. Ik vertelde dat ook aan de telefoon, daardoor stuurden ze vrijwel direct ook een tweede ambulance. Ondertussen vroeg hij mij van alles over André. Wat er was gebeurd en wat de oorzaak was. Ik kon nauwelijks echt dingen verzinnen. Behalve dan dat hij had gezegd dat hij was gestoken vannacht en dat hij last had van hooikoorts. Wellicht een heftige allergische reactie? En Wout was alleen aan het reanimeren. Ik weet niet meer wat ik dacht, maar terwijl ik ook nog aan de telefoon was met 112 liep ik naar buiten. Daar zag ik Martin fietsen. Ik riep hem en zei hem dat hij naar de caravan moest omdat het niet goed ging met André. "Zo" dacht ik "nu is Wout niet meer alleen". Ik geloof dat ik toen ook zo'n beetje het telefoongesprek had afgerond, het wachten was op de ambulance.
Ik keek naar Wout en Martin bezig met het reanimeren van André. Ik riep André nog een paar keer. Met heel veel duidelijkheid zei ik hem dat hij wakker moest worden. "We hebben je nodig!" heb ik een paar keer tegen hem gezegd.
Ik stond naast Patricia en ineens wilde ik niet meer daar staan kijken. Ik zei tegen haar: "Ik hoef hier toch niet naar te kijken?" "Nee" zei ze en ze nam me mee naar de overkant naar de caravan van Wout en Mariet. Daar zaten ook Fiene en Merel. Fiene met Jelmer en Maartje geloof ik. Merel bij Mariet en ook Jolanda was erbij. Later was ook Daniëlle er en Pien en Manuelle.
Fiene wilde graag weg. Dat was prima. Die bleef onder de hoede van Jelmer en Maartje en hebben die dag en de dagen daarna heel goed voor haar gezorgd. Merel kwam bij mij op schoot en zo was het wachten. De ambulance kwam. Frank kwam, nog een paar mannen. Ze keken ernstig. Wout mocht door blijven reanimeren van het ambulancepersoneel want hij deed het goed. De anderen die ook zo graag wat wilden doen gingen naast onze caravan staan waar André voor zijn leven vocht. Ze gaven elkaar een hand en gingen bidden.
Fijn om te zien en tegelijkertijd schreeuwde ik van binnen dat ik dat niet wilde. Want als al die mensen daar gingen staan bidden (Frank en Jeroen gingen op een gegeven moment zelfs op hun knieën. "NEE!" was alles wat ik dacht) dan was het dus echt ernstig. En niet die ene injectie die André nodig had om een één of andere vage allergische reactie te doen tegengaan.
En toch was ik heel rustig. Toen ik van onze caravan naar de caravan van Wout en Mariet liep, dacht ik heel stellig; "Ik kan het wel alleen". Ik wist dat ik me allang bij het ergste had neergelegd. Voor mij was het wel duidelijk, hoewel dat een deel was van mij. Het andere deel dacht dat alles gewoon goed zou komen.
Tijdens het wachten zei ik niet tegen iemand in het bijzonder: "Ergens heb ik altijd gedacht dat zoiets zou gebeuren". Pien zei: "Ja maar ik niet!". En zo werd het niet meer alleen André en ik die aan het vechten waren voor ons leven, maar van iedereen die daar was en van hem hield. En wat waren we daar met velen en wat was ik ontzettend niet alleen.
Een ambulance verpleegkundige kwam naar me toe. Ze vroeg of de kinderen even meegenomen konden worden. Jolanda ging met Joris en Merel weg. De vrouw knielde bij mij neer en vertelden wat ze met André aan het doen waren. Ze vertelde ook dat ze al van alles hadden gedaan, maar dat hij nergens op reageerde. Ze zouden zo gaan stoppen met reanimeren en toen zei ze, ik hoor de woorden nog letterijk in mijn hoofd: "dan hebben we de situatie dat uw man overleden is." Ik zei: "Ik begrijp het". Zij zei tegen de anderen of ze me even goed in de gaten wilden houden, want ik had het duidelijk niet goed gehoord en was volgens haar in shock. Nu zal ik ongetwijfeld ergens in shock zijn geweest, maar ik had dondersgoed gehoord wat ze had gezegd. Alleen was mijn lijf en hoofd mijn eigen hart aan het beschermen om het komende uur door te komen.
Nog één keer vroeg ze wat voor een allergie tabletten André slikte en ik rende met haar mee naar onze tent om ze te laten zien. Ze riep tegen haar collega's iets en ze spoten nog een laatste injectie in André.
Zijn hart begon weer te kloppen.
En is het tot zijn dood blijven doen.
zaterdag 18 juli 2009
Op vakantie gaan
Weet je hoe het voelt om met zijn vijfen op vakantie te gaan....
en dan met zijn vieren weer thuis te komen?
dinsdag 14 juli 2009
Kijk,
Logischer wijs zou ik 'm hier elk jaar wel neer kunnen zetten. Het is een foto van mijn trouwdag. Dat was 11 juli 1997. Dus zet je op je blog elk jaar die foto (of scan je eens wat andere in zodat de lieve lezers ook eens een andere trouwfoto zien). En daar zet je dan bij: vandaag 12 jaar getrouwd!

dinsdag 30 juni 2009
Ze vroeg om een pakje wickey
woensdag 24 juni 2009
Hoe een lekkere lunch toch nog bagger eindigde
Gisterenavond hebben we alweer lekker buiten in eigen tuin gepicknickd. Dat vind ik het allerallerallerfijnste van zomer; 's avonds op een kleedje met een goed gevulde salade, stokbroodje, komkommertje en nog meer van dat snoepeten. Kinderen ook op het kleedje en het einde van de middag vanzelf in de avond over zien gaan.
Grote bergen fruit had ik gisteren gekocht en vanmorgen met de blauwe lucht in mijn hoofd veel daarvan schoongemaakt.
De meiden gehaald van school en met een restje pasta salade met zalm van gisteren, fruit en andere lekkere lunch dingen gingen wij aan tafel.
En Joris at vrolijk mee van de pastasalade.
En Joris at ook een boterham met pindakaas. En toen begon mijn blog een beetje op die van Joeltje te lijken. Maar ik moet ook eerlijk zeggen dat ik bijna direct aan haar moest denken. Joris at dus die boterham met pindakaas en concentreerde zich eens goed. Naar later bleek niet alleen op zijn boterham met pindakaas. Ik had dus zogezegd wel door dat hij meer aan het doen was dan enkel en alleen eten, maar ik dacht dat lossen we straks wel even snel op.
Het moment van uit de stoel tillen kwam. Even had ik nog niks door, maar toen ik zijn broek uit deed had ik het door hoor! Jemig de pemig! Daar is Mister T. van Joeltje dus echt nog niks bij. Hij had zowel rechts tussen de benen door als gewoon achterlangs de rug op zich helemaal volge-eh-pindakaast! En doordat hij zo groot is en niet altijd meer wil blijven liggen zat het binnen de korste keren niet alleen op zijn billen, benen en rug, maar ook op zijn voeten, zijn buik en zijn nek. Daar hielp geen pak billendoekjes meer tegen of voor. Ik meen dat Joeltje (hebben jullie al door dat ik bij elke link een ander logje van haar heb gelinkt. Allemaal logjes over haar grootste passie in het leven. Poep dus.) het eens had over poep tot zijn navel. Ha! Dat is peanuts of pindakaas dus eigenlijk! Mijn Mister J. zat dus gewoon van boven tot onder van achter en voren onder. Nu is Mister T. geloof ik een maand of 10 en heeft Joris ook wel 5 maanden voorsprong. Ik zou dus zeggen Joeltje: maak je borst maar nat!
Kijk hem daar eens onschuldig zitten
Werpt het toch nog zijn vruchten af, zo'n man alleen in huis met 3 vrouwen. Hij weet met zijn 15 maanden al dat er tijd is om te schijten en tijd om te zwijgen.
Als hij nu ook nog met de chocolade aan komt kruipen is mijn opvoeding geslaagd.
maandag 22 juni 2009
Vaderdag-André
Ik was met iets anders bezig en kwam voor de zoveelste keer dit nummer van Marco Borsato tegen. Dit k** nummer die ik dus niet kan horen. Want dit nummer geeft mijn pijn weer als ik denk aan André en Fiene en Merel. Er zitten stukken tekst in waarbij ik dus standaard moet huilen. Gewoon altijd en niet expres. En toch (of en dus?) zet ik het hier neer.
Staat er alvast iets van mijn gevoel.
Maar er komt nog iets met tekst en foto's. Ofzo. Of niet. Ik weet niet. Ik wil wel. Alsof ik daarna pas weer verder kan gaan ofzo.
Misschien morgen. Want morgenmiddag ga ik met Merel naar het graf van André. Gaan we zijn 'tuintje' maken.
Wie weet....
En tot die tijd dit afschuwelijke nummer: