1 juni 2005 kochten André en ik samen met Bart en Miranda ons huis.

Na het ondertekenen van het koopcontract lunchten wij met zijn vieren. En ‘s avonds aten wij op de vloer bij Bart en Miranda chinees.

Daarna volgde 3 weken van flink klussen. Ieder in zijn eigen woning, maar we deelden voorlopig de keuken. We deelden een belangrijk deel van ons leven.



En we verhuisden.

En ik ben zeer slecht in verhuizen. Dus besloten we al snel om veel foto’s te maken. Om gauw te beginnen met nieuwe herinneringen maken.


En zo maakten we een heleboel herinneringen. Van ons gezinnetje met zijn vieren. Maar ook van ons gezinnetje samen met Bart en Miranda. Samen eten, samen barbecueën, samen wijntje drinken op zomeravonden, samen Boer zoekt vrouw kijken op zondagavond, samen 1 januari ‘vieren’ door nieuwjaar duik in zee.
En ik maakte zelf herinneringen. In de warme vensterbank zitten met thee en een boek, in de werkkamer achter de computer, samen met André in de tuin werken, de slaapkamer van de meisjes, als ik aan het koken ben Bart in zijn tuintje sigaretje zien roken.
En de 1 1/2 jaar na André zijn overlijden het zicht van de woensdag einde van de middag als ik Bart thuis zie komen van zijn werk, we zwaaien, Miranda staat te koken en ik en de kids schuiven aan om samen de maaltijd te genieten. Kindjes gaan na het eten thuis tv kijken en ik drink nog even koffie met Bart en Miranda en zo delen we tussen neus en lippen door de moeilijke en mooie dingen van het leven.
Inmiddels woon ik al 10 maanden niet meer daar. Maar toch, het huis was er nog. Nog steeds niet verkocht.
Vanaf volgende week is het niet meer mijn, niet meer ons huis. Dan is het officieel verkocht. Eindelijk.
Gisteren zat ik voor het laatst in mijn vensterbank. De warme vensterbank met een kopje thee (in de thermoskan meegenomen), ik keek nog tv toen ik Bart zag thuis komen. Ik zwaaide en hij zwaaide terug. En om 6 uur deed ik de verwarming uit, het licht uit en draaide de deur op slot. En at nog één keer met Bart en Miranda mee. En dronken we ipv een toetje, een kopje koffie. En we bespraken tussen neus en lippen door de moeilijke dingen van het leven.
En toen deed ik ook daar de deur dicht. Ik stapte in mijn auto en reed voor het laatst mijn oprit af, over het grind en draaide de straat in. Nog één keer reed ik door de straat, langs het water, de schepen, de boten. De blauwe brug over.

