Bewegende beelden van André. Zijn loop, zijn lach, zijn stem. Ik mis het, ik mis het soms meer en soms minder. Vandaa meer.
Ik keek met een stukje knokploeg een stukje 'laatste film van de videocamera'. Het was heel gewoon om Andre zo te zien. Helemaal niet gek, helemaal niet verdrietig.
Hoewel, helemaal niet. Dat is eigenlijk ook weer niet waar. Het was niet raar (ddwnn), maar wel verdrietig.
Niet omdat ik hem zag proberen Merel te leren fietsen (is een ramp, ze is een lieverd, maar wat zij in de kop heeft, heeft zij niet in de kont) of omdat ik zag hoe trots hij op haar was, hoe leuk hij het vond om dit soort dingen te doen of omdat hij daar 'pik kusjes' doet met Merel (dat ze tot zijn dood samen hadden als papa-merel ding).
Ik werd verdrietig omdat ik mij alleen voelde. Ik besefte ineens dat André en ik de kinderen samen hadden. Wij, André en ik, de papa en de mama, wij gingen op een bepaalde manier met onze kinderen om. Dat was voor ons vanzelfsprekend. We haddden dezelfde manier van benaderen (nou ja, bijna altijd dan), dezelfde manier van humor gebruiken naar de kinderen toe. En dat komt nooit meer terug. Ik doe dat nu alleen. Het zijn nu, in die zin, mijn kinderen. En dat doet maar weer eens ongelofelijk veel pijn.
Kwaliteitje waarvan André zich zal omdraaien in zijn graf, maar ik kan nu eenmaal niet videobewerken of heb eigenlijk geen zin om daar nu energie in te steken. Dus heb ik het heel suf en duf van de televisie opgenomen. Dus.... geluid maar wat harder anders hoor je André zijn lieve stem niet.