Nóg meer van mij?!!

zondag 10 maart 2013

Joris 5 jaar

Ter gelegenheid van Joris’5 de verjaardag. In herinnering aan Joris zijn lieve papa André.

woensdag 28 november 2012

Grenzeloos

 

Ik weet nog dat ik een meisje was. Zeg tussen de 7 en 13 jaar.

Ik was serieus, best goed op school, had vrienden en vriendinnen. Ik was sociaal en betrokken. Ergens op zolder ligt nog een multomap (A5 formaat en rood) met daarin ‘de natuurclub’. Ik was de voorzitter en de journalist en ik schreef er ‘artikeltjes’ over de natuur. Er zit nog een plukje van een grasspriet in, ik schreef iets over Greenpeace. De wereld zag er voor mij zwart wit uit. Je zorgt voor de natuur en je bent aardig voor andere mensen.

Ergens ben ik dat meisje kwijt geraakt.

Niet dat ik later niet meer serieus was en vrienden en vriendinnen had, dat ik niet meer voor de natuur zorgde en niet meer aardig voor andere mensen.

Het kwam deels  door het ouder worden. Het is lastig om ook voor dat ene kind op te komen die niet echt in de groep valt als je zelf wél goed in de groep valt. Het is lastig om je niet door je vader naar school te laten brengen met de auto als de regen met bakken uit de hemel komt. De wereld werd minder zwart wit en meer ook grijs.

Toen kwam ik tot geloof. In mijn pubertijd gebeurde dat. Ik zette mij erg af tegen mijn ouders om in de andere gemeenschap opgenomen te worden. Puberen en los willen komen van je ouders, maar niet om op eigen benen te staan. Nee, ik liet mij opnemen in een gemeenschap waar weer van alles voor mij werd bepaald. Ik werd in leeftijd volwassen, maar in het denken en het zelfstandig worden werd ik klein gehouden.

Er werd bepaald dat ik gedoopt moest zijn om aan het Avondmaal deel te mogen nemen (Ik weet nog dat ik bij een volwassen doopdienst was en dat toen ik op wilde staan om ook te delen in het brood en wijn, ik resoluut door een mede gemeentelid terug werd gezet met de woorden; ‘Nee, jij niet’. Ik was toen 14 jaar), er werd bepaald dat je niet ongehuwd samen mocht wonen, dus trouwde ik  toen ik 19 jaar was. En zo waren en wel meer dingen die bepaald werden. Twee dingen ter verduidelijking: Ten eerste wilde ik het zelf. Niemand heeft me een mes op mijn keel gezet en ik deed het geheel vrijwillig. Ten tweede  stond nergens zwart op wit wat wel en niet mocht en er waren er maar weinig die ook ooit hebben gezegd dat ik iets wel of niet zou mogen. Maar er bestaat zoiets als ongeschreven regels, als het aanvoelen wat wel en niet zou mogen.

Hoewel de wereld voor mij uiteraard grijzer was geworden en niet meer zwart wit, moet ik nu jaren later toegeven dat het misschien toch niet zo grijs was als ik toen dacht.

Toen ik 30 jaar was verloor ik zeer plotseling mijn man, de vader van mijn drie kinderen en ik bleef achter met mijn meisjes van 7 en 4 jaar en mijn zoon van bijna 5 maanden. De gemeenschap stond om mij heen. Ik viel niet toen hij stierf, ik werd gedragen. Ik ben deze gemeenschap eeuwig dankbaar hiervoor.

Toch werd de jas van de gemeenschap mij te strak. Ik merkte het aan van alles. Ik deed zo mijn best om te overleven, ik was aan het vechten, ik werkte hard. Rouwen is heel hard werken. Mijn wil om te leven, om gelukkig te zijn was erg groot in die tijd. En daarin kwamen heel langzaam stukjes terug van dat meisje van vroeger. En de gemeenschap was mijn rem. Ik mocht of liever gezegd kon niet meer leven zoals mijn hart diep van binnen wilde. En dus verbrak ik met heel veel verdriet deze band.

Het loslaten was niet makkelijk. Ik was niet gewend om het alleen te doen, zelfstandig beslissingen te nemen. Altijd was er ‘je doet het goed, zoals God het wil’ of ‘je doet het fout, niet zoals God van je vraagt’. En nu moest ik zelf koers bepalen. Mijn geloof in God was er nog steeds, alleen de vorm moest anders. De vorm moest zijn dat ik het goed moest vinden.

Ruim 4 jaar later sta ik aan het begin van een nieuwe studie. Ik besloot dat ik een opleiding tot verliesbegeleider ga volgen. Daarvoor schaftte ik de nodige literatuur vast aan en begon te lezen en te lezen en te lezen. En voor ik het wist stond ik ineens weer middenin mijn rouwproces. Alles wat ik las, herkende ik bij mezelf of bij mijn kinderen of herkende ik, omdat het bij mij ook gebeurde of juist niet gebeurde. Het is erg goed en fijn om het rouwen van nu mee te maken. Niet meer in de wanhoop van het eerste uur, niet meer in de krappe jas van de gemeenschap of de afhankelijkheid die je nu eenmaal hebt in tijden van grote nood.

Ik ben in de 4 jaar weer meer het meisje van toen geworden, maar tegelijk ben ik ook volwassen geworden, zelfstandig, iemand die zelf bepaald hoe ze haar leven in wil vullen. Ik laat mij niet meer leiden door dogma’s van een gemeenschap.

Gisteren kocht ik van verjaardag geld (ik ben in juni jarig….Glimlach ) een boek. Ik kocht het boek omdat ik intuïtief aanvoelde dat het ergens linkte met de literatuur van mijn studie en mijn eigen inzichten in mezelf.

Ik kocht het boek Grenzeloos van Kim Moelands. Zij is een vrouw die 5 jaar na het overlijden van haar vriend, die is overleden aan de gevolgen van cystic fibrosis omdat er niet tijdig een donorlong was, zelf op het randje van de dood leeft en wacht op een donorlong. Het boek sprak mij aan om verschillende redenen. Zo beschrijft ze hoe ze na het overlijden van haar vriend weer nieuwe liefde vindt. Ze vertelt ook hoe haar weg is tussen hoop en vrees en de grote wil om te leven. Ze beschrijft een groot deel van wat ik heb gemist toen mijn man overleed. Doordat zijn dood plotseling kwam, ben ik pas begonnen met rouwen toen hij was overleden. Haar beschrijving van het uit alle macht het leven willen leven en dat samen beleven raakt bij mij een snaar. Zonder te willen zeggen dat ik graag een lijdensweg met mijn man had willen gaan, merk ik wel dat ik een weg samen daarin heb gemist.

En wat ze nog meer in haar boek beschrijft is de grote noodzaak van donorregistratie. En dat brengt mij weer bij mijn eigen verhaal. Als meisje had ik een donorcodicil in mijn portemonnee. Toen liet ik de dogma’s van een bepaalde gemeenschap mijn leven bepalen en verdween dat codicil. Want orgaandonatie dat mocht niet.

Ik heb mij gisteren meteen aangemeld.

dinsdag 16 oktober 2012

Herfstvakantie

 

En als het dan ook nog herfst is in de betekenis van regen en storm,

dan is het speeltijd!

IMG_7989

En knutseltijd!

IMG_7991

Enneh….tja, dat wat helaas nooit stopt; strijktijd. Wel luisterend naar een muziekje en ondertussen een spelletje wordfeud!

IMG_7993

(En voor de oplettende lezer: Voor één in ons huishouden is het geen vakantie en voor één in ons huishouden was er een vriend om naartoe te gaan.)

zaterdag 13 oktober 2012

Winterklaar

 

Vorige week was het prachtig herfstweer. Fris en een zonnetje. Ideaal weer om de tuin te snoeien. Ik vind het altijd een soort van zonde. Er staat nog best wel het één en ander een soort van te bloeien. Eigenlijk ziet het er niet meer uit. Het is een wildernis en ook dat wat bloeit staat er niet meer met volle overtuiging.

Maar ik heb zo’n hekel aan de term ‘de tuin winterklaar maken’. Ik krijgt daar een beetje kriebels van. Het klinkt zo burgerlijk, zo met pensioenerig, zo ik-heb-niet-zoveel-anders-te-doenerig, zo ik-ben-zo-geweldig-georganiseerderig.

Maar de tuin een beetje snoeien, aanharken en opruimen is best prettig. Zeker met zo’n zonnetje en dat je de tuin lekker opgeruimd ziet worden.

IMG_7975

En ach, ik hield er nog een mooie bos ‘uit de tuin’ aan over.

IMG_7974

En het grote voordeel van dat de tuin ‘winterklaar’ is, is dat het dan ook weer tijd wordt voor…..

IMG_7976

Juist ja! Op de bank, dikke truien, lekker knus, soort van ‘niet bikini klaar’ tijd!

maandag 8 oktober 2012

Verslavingsdeskundige

 

Je hebt er verschillende; verslavingsdeskundigen. Zo ‘out of the blue’ weet ik alleen als bekende K.eith B.akker te noemen. Maar ja, of je hem nu ook nog steeds tot succesvolle deskundige mag rekenen, zou ik niet durven zeggen.

Vandaag verscheen er ineens in mijn bescheiden stulpje een nieuwe verslavingsdeskundige. Ik zou zelfs willen beweren dat hij uitermate succesvol zou kunnen zijn. Mits hij zijn taak met volle overtuiging weet vol te houden.

Nu wil het feit dat ik hier achter de computer zit eigenlijk al zeggen dat deze verslavingsgoeroe toch faalt.
Vanmorgen kweet hij zich nog behoorlijk van zijn taak:

IMG_7971

Maar na een tijdje zag ik toch al lichtelijke sporen van taakontwijkend gedrag:

IMG_7972

Dus helaas. Ik zal andere maatregelen moeten nemen om van mijn nieuwe ‘oude’ verslaving af te komen; mijnenvegen.

……..

Hoewel:

IMG_7973

Als deze deskundige zo te zien zelf in de ban ik geraakt van het spelletje, is mijn computer als nog niet door mij te gebruiken.

Best wel succesvol dus.

Naam en adres van deze effectieve behandelmethode is bekend bij de redactie.

zaterdag 6 oktober 2012

Dierenleed

 

Sinds de zomervakantie hebben wij nog een poesje in huis. Of eigenlijk een katertje, maar dat wisten we toen nog niet. Heerlijk, zo’n klein dotje in huis. Schattig, speels, knuffelig. We zijn allemaal dol op het beestje. Tot nu toe laat hij het zich gezellig aanleunen het geaai en het optillen door de kinderen (nou vooruit en ook door mij….). Toch laat hij niet over zich heen lopen. Hij valt ons vaak genoeg aan als we rustig op de bank zitten of aan het eten zijn of wat dan ook. Vaak verzuchten we dan ‘Dobby-y!’ (zo heet-ie Glimlach ) en plukken we ‘m aan zijn nekvel uit ons bord of met zijn nagels uit ons bovenbeen.

Toch is Dobby (nog) niet een onverdeeld succes bij alle gezinsleden. Want wij hebben ook nog Ollie (de volwassen poezendame in het gezelschap). Ollie is om het zo maar even te zeggen ‘not amused’ met de komst van het van het kleine mormel.

Zo wil dit monstertje constant met hem spelen, gunt je geen rustig ontbijt en lunch en diner en dan hebben we het voor het gemak nog maar even niet over het indringen in je territorium. Daarom mocht Dobby tot vorige week slechts in de woonkamer en keuken verblijven, zodat de tuin (en de rest van de omgeving) en de bovenverdieping territorium en rust voor Ollie bleven.
Maar ja, ook kleine babykatjes worden groter en werd het tijd dat ook deze zijn eerste schreden buiten de deur zou doen.
Nu is het altijd een beetje spannend om nieuwe poezen voor het eerst buiten te laten, helemaal als ze nog niet gechipt zijn en dus bij ontsnapping en het niet meer terugvinden van je ouderlijk huis niet thuisgebracht kunnen worden door deze of genen. En daarom kreeg kleine Dobby een tuigje om zijn lijf met een touwtje eraan, zodat hij langzaam de tuin kon verkennen en nog niet direct over de schutting zou verdwijnen.
Na een tijdje besloot ik om Dobby met touwtje en al los te laten in de tuin. Kon hij wat vrijer bewegen en als hij over de schutting zou gaan, kon ik ‘m nog bij zijn touwtje grijpen.

Er was echter iemand die zijn kans schoon zag en uit was op wraak.

 

dinsdag 2 oktober 2012

Brief

Lieve An

Weer een brief. Stom. Ik weet nog net zo goed als de vorige keer dat ik je er eentje schreef toen je dood was, dat je geen brieven van mij meer ontvangt en leest, laat staan dat je je nu nog ergens bewust van mij zou zijn.
Je bent morgen jarig. Merel is net weer jarig geweest en dan was jij een week later altijd jarig. Nou ja, altijd... Dat hebben we vier keer zo gehad. Nu hebben we al vijf keer Merel haar verjaardag gevierd zonder jou. Zal ik je eens wat vertellen? Het went nooit. Al lijkt het misschien zo. Alleen mijn zus heeft me een smsje gestuurd dat ze er aan denkt. Ik weet wel dat dat niet betekent dat  niemand dat weet, alleen liet verder niemand dat merken. Stond ik die dag ook nog oog in oog met een doodskist. Tja, leven en dood plan je niet. Maar het was wel zo.

Anyway, jij zou nu dus jarig zijn. 3 Oktober. Je zou nu zelfs 40 jaar zijn geworden. Gek hoor. Hoe zou je er nu uit hebben gezien? Iets meer rimpels? Nog ietsjes kaler? Ik denk vooral gelukkig. Al was het maar om onze kinderen. An, Fiene zit in groep 8! Niet bij Maartje, wat we allebei zo leuk hadden gevonden. Ze zitten daar niet meer op school. En Joris Andre, die zit ook op school! Ook niet bij juf Tineke. Daar kan ik nog vaak verdrietig om worden. Hadden we Tineke toch een soort van beloofd. Dat we onze derde geborene ook bij haar in de klas zouden doen. Ik had hem ook graag juf Tineke gegund. Hij zit uiteraard ook niet daar op school. Nu hebben ze beide ook top juffen, niks mis mee. Dat is nu juist zo raar. Jij bent geen onderdeel meer van ons leven. Jij weet niet eens hoe ons leven nu is. Dat ze nu ook op een topschool zitten, met leuke leraren en activiteiten. Jij had deze school ook leuk gevonden. Ik vraag me af wat je allemaal voor activiteiten daar had gedaan, zoals je ook deed op school toen. Ik mis je ook daarin.

Jarig dus. 40 jaar. Toen je 30 werd gaven we een feestje, in de tuin. Zouden we nu ook zoiets hebben gedaan? En wie zouden er dan zijn gekomen? Weet je dat er nog nauwelijks mensen in mijn leven zijn die toen ook op je 30 ste verjaardag waren? Nu is dat dan ook al 10 jaar geleden. Er zijn ook vrij weinig mensen meer in ons leven die er op jouw laatste verjaardag, je 35 ste, waren.
Ik had dat nooit gedacht. Het leven haalt rare fratsen uit soms.

Ik zou je zoveel willen zeggen. Maar ja, het blijft het weeweewee, daar gooi je niet met namen mee. Tenzij het iets heel goeds is. Er zijn dingen gebeurd André, waarvan ik zo graag zou willen weten wat jij er van vindt. Hoe jij zou vinden dat ik (had) moet reageren. Ik denk eigenlijk dat sommige dingen niet gebeurd zouden zijn als jij nog gewoon had geleefd. Sommige dingen ook wel. Fijn om te zien dat ik bij sommige dingen knopen heb doorgehakt waar we samen ook al mee bezig waren. Die bevallen tot nu toe goed ;-).

Weet je wat zo raar is van jou niet meer in mijn leven? Dat het wij, het ons, dat dat niet meer klopt. Het klopt alleen nog maar tot 13 augustus 2008. Daarna moest ik verder zonder jou. Daarna ontwikkelde ik mij verder zonder jou. Daarom ben ik nu geworden wie ik nu ben, zonder jou.  Het blijft zeer moeilijk te accepteren dat het ons, het wij, het gezin met zijn vijfen alleen nog maar in herinneringen bestaat. Ik weet niet of ik dat ooit helemaal zou kunnen. Het afschuwelijke 'een plek' geven is denk ik wel gebeurd. Dat wil zeggen, ik heb mezelf weer gevonden. Ik leef niet meer twee levens, die van voor jouw dood en na jouw dood. Ik leef weer één leven. Maar accepteren? Daarvoor mis ik je teveel. Daarvoor mis ik je lieve lach. Je onvoorwaardelijke liefde. Ik geloof nog steeds dat jij mij  hebt geleerd wat dat is. En oh mijn god, wat mis ik jouw onvoorwaardelijke liefde! Dat doet met vlagen nog steeds fysiek pijn. Ik mis je rust, je kennis, je schouder.

Een tijd terug zag ik op televisie een bekende cabaretier. Hij zei iets moois over hoe hij heeft ontdekt te kijken na het overlijden van zijn moeder. Dat wij in een soort vaag idee een parallel leven leiden. We hebben het idee dat we gelukkig opgroeien met een vader en een moeder, dat we dan liefde leren kennen, een mooi baan, kinderen en nog lang en gezond leven tot een jaar of 100 en dan gelukkig in onze slaap vredig sterven. Daarnaast bevindt zich het paralellen leven. Tenminste, het echte leven. Dat wat er daadwerkelijk gebeurd. Maar doordat we dat fantasieleven in ons hoofd hebben, hebben we het moeilijk met alles wat afwijkt van het echte leven. Want immers, zo zeggen wij dan, zo had het niet moeten zijn. Hoezo, zo had het niet moeten zijn? Zo is het. Er is niet ergens iets niet goed gegaan in dat ene leven en nu leven we een mislukt leven. Het is maar één leven en dat heb je te leiden (en soms een beetje lijden).

Zo is het An. Mijn leven kent heel veel krijgen en heel veel verliezen. Jou verliezen was wel heel heftig. Dat blijft vastkleven aan mij. Maar het hoort bij mij en dat is mijn leven.

Dank voor jou leven An. Hij was het meer dan waard om geleefd te worden. Daar zal ik aan proberen te denken morgen als het je geboortedag is. De slingers van Merels verjaardag hangen nog. En ik bak een appeltaart.

Dag.

Kusje!

Fleur