Ik citeer graag vrijelijk een stukje uit een boek wat ik van lieve lieve Zara kreeg dat heet: “God doet nachtdienst” geschreven door de Amerikaan Ron Mehl (en zij die mijn Lief kennen: het is geen grapje! Zo heet die schrijver echt!).
“Ik heb een verhaal gehoord over een groep wetenschappers die studie maakte van honderd rupsen die op het punt stonden zich aan hun pop te ontworstelen. In plaats van hen te laten zwoegen, sneden de onderzoekers hen voorzichtig los en bevrijdden hen. Daarna zetten ze de insecten op een tafel en probeerden ze aan het vliegen te krijgen. Maar geen enkele was er toe in staat. Niet één.
Dit onderzoekje liet zien dat het wringen en worstelen uit de knellende cocon de vleugels van de vlinder juist kracht geeft om het luchtruim te kiezen. Die worsteling van het insect –al het persen en duwen om zich te bevrijden uit zijn gevangenis- maakt het nieuwe leven mogelijk. Zonder strijd geen levenskracht. Velen van ons kennen deze donkere perioden van strijd wel uit ervaring.
We worden geconfronteerd met uitputting, frustratie en beperkingen. We worden moe van alle strijd en inspanning en vragen ons af wat Gods bedoeling met ons leven is. Het is meestal op zo’n moment –als we in pijnlijke verwarring verkeren of een schokkende teleurstelling moeten verwerken- dat een goedbedoelde medechristen naast ons komt lopen en ons een bepaalde Bijbeltekst in het oor fluistert.
Kun je raden welke tekst in bedoel? Ze fluisteren dan meestal Romeinen 8:28, mijn minst geliefde vers in de Bijbel. “En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.” Eerlijk gezegd, wil ik dat vers helemaal niet horen, als ik pijn heb. Ik wil dat vers niet horen, als ik verdriet heb. Ik wil dat vers niet horen als, door de omstandigheden, de grond onder mijn voeten wegzakt en ik verbijsterd en gedesoriënteerd op mijn rug lig.
De waarheid is dat Romeinen 8:28 maar een halve gedachte is. Deze tekst geeft niet veel hulp of bemoediging, tenzij je hem verbindt met de andere helft van de gedachte: Romeinen 8:29. Vers 29 is nou juist de grond onder vers 28. Ja, alle dingen werken inderdaad mee, als je tenminste weet wat het doel van de werk is. Ja, wij zijn geroepen “volgens zijn voornemen”, maar wat is dat voornemen? Vers 29 maakt dat duidelijk: “Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon…” Waar werkt God dus aan in mijn leven? Waar is God op uit in jouw leven? Hij wil maar één ding en dat is dan ook het enige. Hij is bezig jou en mij meer op zijn Zoon te laten lijken. Punt.”
(best wel beetje au!)